maandag 30 juli 2018

Gevaar op de spoorwegovergang

Kalle stapte tijdens het ochtendgloren met zijn schaapskudde het veld in. Hij nam een andere looproute dan hij normaal op zaterdag deed voor de volgzame en waggelende beesten. Hij verruilde het lange wandelpad voor de uitgestrekte heidevlaktes met op het laagste punt de spoorlijn die er doorheen sneed. Driemaal per dag kwamen de rammelde de wagons voorbij en met een beetje geluk kon hij daarvan zo dadelijk een glimp van zien in deze weidse omgeving.

Opgegroeid in een dorpje nabij Stavanger was overleven een must. Elke dag maakte hij met de schaapskudde een wandeling en zorgde voor voldoende eten. Zonder vrouw of kinderen was het goed toeven in dit dorre landschap.
 
De opkomende zon en lage heidevlaktes gaven het struinen een waar genot. In dit jaargetijde kwam de zon wel vaker op met een donkerblauwe wolk dat tijdelijk verduisterend werkte. Echter, een detail paste deze ochtend niet in het terugkerende natuurbeeld.
 
In de immense vlakte rende een wild dier op vier poten in de verte de grote heuvelstrook op. Rende hij voor gevaar? Dit beest had een omvang van een bizon en leek erg verdwaald. Alleen zoemende vliegen en parasieten konden je gegraas naar gras verstoren. Sinds hij zich hier twaalf jaar had gevestigd met zijn plaggenhut was hij goed geworden in overleven, echter dit dier had dat duidelijk niet.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Olga was bedreven in gevaarlijke stunts. Haar opleiding tot Marinier was haar niet bevallen, de switch naar stuntvrouw trok haar meer aan. Om vijfmaal op dag op een rijdende trein te springen was waaghalzerij, om daarna een biertje te nemen lukte haar wel. Om het stunten niet te verleren deed ze in haar vakanties vaak aan schansspringen in het zwembad in Malmo.
 
Na zes jaar wilde ze een nieuwe vorm van waaghalzerij ontdekken. En dus had ze haar goede vriend gevraagd of hij een helikopter kon regelen van waaruit ze haar duikvlucht naar het aardoppervlak kon starten. Haar gespierde lichaam vond de instructeur genoeg om wat oefeningen in het springcentrum alleen te laten uitvoeren. In zes uur had ze  geleerd om de enorme parachute met haar armen open te laten glijden. Ook mocht ze zelf haar landing uitkiezen, iets wat in steden verboden was omdat een zachte landing niet te garanderen viel. Maar in stille natuurgebieden lag dat anders.
 
Na bestudering van de enorme heidevlakte was het een eitje, echter het weertype en tijdstip van springen waren nog belangrijker. Om het net voor zonsondergang te springen was verboden. Net voor zonsopgang was het spannend, het zonlicht scheen dan minder fel door de wolken.  Het was momenteel juni en naar verluid om de geoefende stunt uit te voeren. Echter, de duikvlucht had echter iets wat haar niet aanstond.

Het landingsgebied was wel doorgegeven alleen de voorspelde zonsopkomst van de weerdienst was niet waar te nemen vanuit de helikopter. Er waren net te veel donkere plukjes en tijdens de sprong vond ze moeite om zich ergens op te oriënteren waar ze wilde landen. Het sprankje hoop kwamen na de witte wolkjes met uitzicht op alles wat er paars en bruin uitzag. Het grote beest met vier poten dat zich meniscus voortbewoog , zou ze straks doorgeven aan de helikopter. Eindelijk een herkenningspunt!


De viervoeter met gewei zou haar niet durven opeten, die zouden geen mensenvlees lusten. De landing kwam wel op onbekend gebied, de sprongen maakte haar niet meer bang. Het verdwaalde hert zou door de hoge temperatuur  niet meer grote afstanden af leggen in deze woestijn. Toen ze veilig in het hete zand was geland was het dier nergens meer te bekennen. Alleen wat vliegen hielden haar gezelschap. Ze kon nu haar positie doorgeven aan de helikopter.
 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Agent Gustaf had zijn nachtdienst er over vijf minuten opzitten en zou daarna doorgaan naar zijn bed  voor wat rust. De volle kop koffie dronk hij snel leeg en schakelde de aanstaande tv uit.  Na deze handelingen ging plots het piepertje over. Hij handelde zoals iedere agent zou doen. De melding moest aangenomen worden, ondanks de slaap.

Er is een vreemd dier gemeld bij de spoorwegovergang van de lijn van Gotland naar Stravanger. Het beest is niet aangereden, maar moet wel van het spoor af. Kun jij dit afhandelen?

Gustaf baalde dat hij kilometers moest afleggen met zijn politieauto. In deze contreien waren de wegen heel erg saai. Direct na de routinecontrole zou hij direct naar huis rijden en niet eerst terug naar het politieagentschap. Als het mee zat was hij tussen 11.00 uur en 12.00 uur thuis én helemaal kapot. 

In de politieauto nam hij een grote slok water uit de veldfles. De rit naar de genoemde spoorwegovergang duurde twee uur. Dit vak voerde hij al vijf jaar uit zonder dat zijn baas ooit een keer gemopperd had. Niet verkeerd. Tijdens het rijden klonk klassieke muziek uit de cd-speler. Na een uur eindeloos vooruit staren was de opkomende zon waar te nemen. Straks zou de asfaltweg bij een kleine hut eindigen. Er waren voedselvoorraden en wc´tje aanwezig zodat er een tijdje te overleven viel. Het wandelpad aan de andere kant van de hut liep eindeloos verder de woestijnvlaktes in. Hij was een bekende in deze streek en wist dat het minstens een uur wandelen zou worden naar de volgende hut. Niet echt een optie om snel bij de spoorwegovergang de toestand te bekijken. De hut had een radiozender waarmee je je positiebepaling kon doorgegeven aan de helikopter. Hij zou dit protocol uitvoeren om vervolgens al vliegend in de helikopter bij het beest te komen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------De psychische Helmer struinde al jaren in zijn vakantie door in de wildste natuurgebieden. Hij kwam in deze onmenselijke lege woestijnvlaktes voor de rust, gewoon doelloos het wandelpad verkennen. Hij wist dat na een dag doorstappen pas een nederzetting bereikt kon worden. Uitgestapt bij de laatste bushalte van de lijnbus was tevens het uiterste puntje van waar menselijkheid waarneembaar was. De wegwijzer gaf 20 km naar de nederzetting aan. Hij hield niet van snel doorstappen. Na vijf kilometer bij de eerste opvallende heideheuvel pauzeerde hij even. Hij wilde in de eerstvolgende plaats niet direct terugrijden met een automobilist naar de grote stad.
 
Hij had een wel heel volslagen vreemd plan, waarvoor je in de stad meteen een boete riskeerde. Gedurende de verdere wandeling kwam er het geluid waarvoor ieder levend dier hier snel de benen nam. De vele rookpluimen gaven aan dat er dankzij het leggen van een spoorlijn de trein een snellere weg doorkruiste door deze wildernis. Vanuit Stockholm naar de Noord-Zweedse steden moesten genoeg goederen verplaatst worden. De waarschuwing dat een vreemd dier de trein had laten stoppen zou ieder normaal mens geloofd hebben. De politie zou er later achter komen dat geen enkel dier de spoorlijn had gekruist en dus loos alarm. Niemand zou Helmer verdenken aangezien hij onbekende was en de woestijn de juiste plek vond voor een verkeerde melding. Het alarmnummer draaien op zijn mobiele telefoon was datgene wat uitgevoerd moest worden om een nepmelding door te geven. Het nummer van de Zweedse alarmcentrale was ingetoetst en bevestigd met het groene telefoonhoorntje. De vlotte stem klonk door de luidspreker.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Helmer had de afstand tot de nederzetting verkeerd geschat. Althans, voor de proviand. Zijn laatste waterfles en stukje brood waren op toen hij bij het eerste hutje kwam. Wel 5 uur had hij geen enkel mens gezien die de zoektocht naar een groot dier had ondernomen. Vermoeid ging hij op de traptrede zitten en bekeek  de afgelegde kilometers van het wandelpad. Onmiddellijk terugkeren naar de grote stad stond hem tegen. Niemand mocht weten van zijn onverwachte telefoontje naar het alarmnummer. De laatste 5 kilometer had hij enorm geklommen tot deze nederzetting. Zijn sandalen waren erg warm geworden aan de voeten. Hij zag de luchtspiegeling van het wandelpad in de verte verdwijnen. De spoorlijn beschouwde hij op dit moment als een obstakel dat de onwerkelijkheid naar zijn eigen bestaan verbleekte.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Agent Gustaf zag de eerste lampjes van de huisjes tegen zonsondergang. De politiehelikopter had hem op ongeveer 2 kilometer eerder gedropt naast de grote rots met ingehakt gat. De psychische man mocht geen vluchtpoging bedenken, de verrassingsaanval van de politieman diende dat te voorkomen. In deze piepkleine nederzetting wilde hij de man overmeesteren voordat deze zijn eventuele pistool had getrokken. In de enige straat die door het dorpje liep zou het uitlopen op een wildwestern scene. Hij volgde nu de eerste methode om uit te vinden waar de psychoot zich werkelijk bevond. Al was dat vermoeden misschien niet juist. Een stel zieke hersens, betekende nog niet dat hij per se een pistool bij zich had.
 
In de verhoogde straat kon je goed gluren tussen de huisjes over het woestijngebied. Een schrikreactie van een agent met geladen pistool was geen toeval waard. Het derde huisje aan linkerzijde had overkapping boven het loopgedeelte op één hoog. Een gewapende soldaat zou hen nu kunnen verrassen met een tegenaanval. De psychopaat in geen geval. Hij had nog net dat beetje hersens om zich te verschuilen in een kelder of volgestouwde zolder. Gustaf moest dit ene spoor in deze straat zien te vinden. Het laatste huisje van de straat lag verscholen zich voor een enorm struikgewas dat de grens vormde tussen straat en afgrond. Het voorraam was klein en de voordeur had geen bel om de bewoner te waarschuwen. Zijn eerste zoekpoging kon nu niet meer mislukken. Net voordat hij het slot wilde forceren klonk er een zacht gezoem. Hij had de bel niet ingedrukt en wist niet of de bewoner zich in het woongedeelte bevond.

„We hebben hem vanuit de lucht opgespoord. Je kunt beter terugkomen naar waar je bent uitgedropt!” sprak de stem uit de portofoon. Agent Gustaf werd door woede en teleurstelling overmand.  Voor een zinloze melding en goederentrein riskeer je je leven toch niet?”
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------  
Dwalen voor Haltern am See  
 
Jakob wilde het Hohe Mark verkennen voordat Haltern am See zich aandiende. Dit natuurpark doorkruiste hij voor de derde keer op weg naar de stadscamping aan het grote meer. De zon ging in augustus voor negen uur onder en de overnachting in de stacaravan was gereserveerd. Voor sluitingstijd arriveren voorkwam een gesloten slagboom. De Sint Annakapel met vogelsnest zouden eerst nog langskomen, zijn fietskaart gaf het aan met een zwart stipje. Toch kon je goed verdwalen in een mysterieus bos vol fiets- en ruiterpaadjes. Als trekkende reiziger in een land waar mensen Duits spreken gaf het en waar vakantiegevoel.
 
Straks zou de campingeigenaar hem een kopje koffie aanbieden, dat deed hij al twee jaar voor Jakob.
Het asfaltpaadje waar hij overreed had al een half uur weinig fietsers en voetgangers opgeleverd, alleen twee ruiters die de viervoeter over de mulle zandpaden uitlieten. De buitenbak naast het grote woonhuis was alleen om korte stukjes te galoperen.
 
Als hij moest kiezen tussen GPS of fietskaart was de keuze gauw gemaakt. Een kaart was lekker ouderwets en je kon wel een andere route kiezen. Afstanden tussen plaatsen waren niet altijd te zien, dat fascineerde hem enorm. Onontdekte paadjes waren op de Hohe Mark meer gewoonte dan uitzondering. Over anderhalfuur begon de avondschemering en onweerwas er gelukkig niet geweest.
Het Duitse verkeersbord kondigde het gevaar van een spoorlijn aan over 300 meter. De blokkerende zou geen tijdsbesparing opleveren. Een paardenpaadje inslaan zou de wielen inzakken in het mulle zand en hem niet verder helpen. Ach, het duurde misschien een kwartier bij gesloten spoorbomen.
 
Aan de overzijde van spoorlijn lag Haltern am See met het Römersmuseum en de kerktoren. De politie legde spijkerstrips en roadblocks op, ditmaal waren de gesloten spoorbomen een blokkade. Een langsrennende eekhoorn wist onder de spoorboom te geraken, niet wetend dat een rijdende trein zijn weg zou belemmeren. Voor Jakob had de vertraging vrijheid, aangezien om elf uur 's avonds aankomen hem niet uitmaakte. Hoewel, in feite was de nacht dan al begonnen. De waarschuwing van een geloei dat zelfs stadsbewoners wakker schudde kwam keihard binnen in Jakob's oren. De eekhoorn en camping waren vergeten en binnen twee minuten was de hindernis opgeheven!